PERSBERICHT: Nieuwe Europese regelgeving voor brandveiligheid voor kabels

Vanaf 1 juli 2016 is een prestatieverklaring en CE-markering voor brandveiligheidsklassen voor kabels in gebouwen mogelijk, vanaf 1 juli 2017 verplicht

Logo Kabel_RGBDe nieuwe Europese CPR brand classificaties, zoals beschreven in de Europese Norm EN 50575 en risicoanalyse volgens Nederlandse Norm NEN 8012, geeft strikte richtlijnen aan kabelproducenten hoe zij hun kabelproducten moeten testen in gecertificeerde brandcellen en gekalibreerde meetapparatuur om de strengere eisen van rookdichtheid, het ontstaan van giftige gassen, etc. nauwkeurig te kunnen meten. Hiermee is geborgd dat de kabels op de juiste manier wordt getest, maar hoe zorgt de wetgever voor controle als de kabel is geïnstalleerd? CPR is een gedeelde verantwoordelijk van de kabelfabrikanten, eventuele wederverkopers en importeurs, de Elektrotechnische Groothandel (ETG) en de installateur. De verantwoordelijkheid is een informatieplicht voor de volgende tien jaar, na oplevering van het gebouw. Het communicatiemiddel is de prestatieverklaring, het zogenaamde ‘Declaration of Performance’ of DoP, welke leidt tot CE-markering van de kabel.

Vanaf 1 juli 2016 is een prestatieverklaring en CE-markering voor brandveiligheidsklassen voor kabels in gebouwen mogelijk, vanaf 1 juli 2017 verplicht.

“De ketenverantwoordelijkheid voor brandveiligheid van kabels in gebouw gebonden installaties is vanaf 1 juli 2017 een wettelijke verplichting” aldus Edgar Aker namens Fedet Sectie Kabel. “Startend op 1 juli dit jaar mag de markt CPR geclassificeerde kabels gaan toepassen, van 1 juli volgend jaar is dat verplicht”. Edgar is Directeur Marketing & Business Development bij Draka Kabel BV, maar vertegenwoordigt vanuit Fedet hierbij voor alle Nederlandse kabelproducenten zoals Draka, TKF en Nexans. Vanaf 1 juli 2017 is de Nederlandse installerende markt verplicht om per geïnstalleerde kabel aan te geven aan welke CPR classificatie deze voldoet. Gedurende 10 jaar moet de markt prestatieverklaringen kunnen overleggen.

Fedet sectie Kabel
Vanuit Fedet is een nieuwe sectie Kabel opgericht. Op 11 september 2015 was een eerste bijeenkomst waar de drie kwartiermakers de intentie hebben uitgesproken een nieuwe sectie binnen de Fedet te laten ontstaan. Tijdens de vergadering op 16 februari 2016 is de Fedet sectie Kabel officieel opgericht.

De kwartiermakers die de Fedet sectie Kabel vormen zijn Draka, Nexans en TKF. Deze groep vertegenwoordigd ca. 80% van het Nederlandse marktvolume en is daarmee als sectie een volwaardige gesprekspartner in de markt. Een belangrijke doelstelling van de Fedet sectie kabel is dat de CPR en de Europese Norm EN 50575 (specificeert de eisen voor het brandgedrag van kabels die gebruikt worden in vaste elektrotechnische installaties van bouwwerken), welke per 1 juli 2016 in zal gaan en op 1 juli 2017 verplicht zal zijn, ook in Nederland zal worden nageleefd.

Naast deze bedrijven hebben zich inmiddels wellicht ook al andere bekende leveranciers in ons land aangesloten. Want de Europese regelgeving geldt voor de gehele elektrotechnische sector. De EN 50575 beschrijft de uitvoering van de testen en hoe de resultaten te interpreteren, de implementatie hiervan is per EU-lidstaten verschillend. In ons land is hiervoor de nieuwe Nederlandse norm NEN 8012 ontwikkeld, dit is een doorontwikkeling van de al langer bekende Nederlandse Technische Afspraak NTA 8012. Edgar voegt toe: “Deze ‘afspraak’  heeft een upgrade gekregen naar een wettelijke norm in NEN8012 en is inmiddels ook voorgeschreven in NEN1010”.

Wij zullen er alles aan doen voor goede traceerbaarheid en het ontzorgen van Groothandel en de elektrotechnische installateur

Verantwoordelijkheden en de Prestatieverklaring
Wanneer een kabel wordt geïnstalleerd moet de installateur allereerst aantoonbaar kunnen maken – aan de hand van een NEN8012 berekening – hoe hij gekomen is tot de keuze van de kabel gezien de toepassing. Daarbij is het de verantwoordelijkheid van de ETG om duidelijk aan te geven – op kabel en label – welke kabel aan welke brandclassificatie voldoet, tenslotte moet de kabelfabrikant aantonen dat zij de kabel heeft getest volgens de EN 50575 brand- en testmethode. Dit alles moet zijn gezien en goedgekeurd (‘witnessing’) door een derde partij, een zogenaamde ‘notified body’. Het resultaat is een Product Certificaat; een Declaration of Perfomance (DoP). Dit certificaat is product afhankelijk en dient een uniek, en traceerbaar nummer te hebben; het DoP nummer. Al deze informatie staat op de Declaration of Performance (DoP): de geregistreerde naam en adres van de producent van de kabel, het fabrikant product nummer, het referentienummer van de prestatieverklaring, het jaartal van uitgifte van het certificaat, de productomschrijving, de behaalde CPR classificatie (‘de prestatie’) wat leidt tot een CE-markering.
2016-09-07 PERSBERICHT Foto 2 voorbeeld van een Prestatieverklaring DoP

Dossiervorming, traceerbaarheid en het DoP nummer
Edgar voegt toe: “Bewijslast en goede dossiervorming is erg belangrijk voor de elektrotechnische installateur, de installateur moet zorgen voor het beschikbaar stellen van de prestatieverklaring van alle geïnstalleerde kabels”. Het belangrijkste middel is het DoP nummer. “Met dit nummer wordt de traceerbaarheid van de prestatieverklaring geborgd”. Wederverkopers en specifiek de Elektrotechnische Groothandel (ETG) hebben de verantwoordelijkheid om die traceerbaarheid te faciliteren; via het DoP nummer. Elke kabelproducent is verplicht om de prestatieverklaring (de ‘DoP’) minimaal 10 jaar beschikbaar te stellen aan de markt. “De kabelproducent is ook de eigenaar van het DOP certificaat”. Uiteraard heeft Fedet sectie Kabel nagedacht en afspraken gemaakt over het uniform beschikbaar stellen van de DoP. “Wij hebben afgesproken dat we dit allemaal digitaal doen” aldus Edgar. “Door middel van het DoP nummer kan iedereen in de keten de prestatieverklaring downloaden bij de fabrikant, dossiervorming gebeurd dus ook digitaal, het is allang geen stoffige dossierkast meer.”

Daarnaast wordt de traceerbaarheid vergroot door de verplichting om het DoP nummer en de CE-markering ook op het product label te printen. “Bij elk afgeleverde kabel moet zo’n product label zitten met CE-markering, DoP nummer en welke CPR classificatie de betreffende kabel voldoet”. Dit geldt voor iedereen die een kabel verkoopt; dus niet alleen de kabelfabrikant, ook de wederverkoper of importeur maar ook de Groothandel. 2016-09-07 PERSBERICHT Foto 1 voorbeeld van een productlabel

De markering op de product labels is dus verplicht, maar fabrikanten kunnen er zelfs voor kiezen om het DOP nummer op de kabel markering te printen. Edgar licht verder toe: “Wij zullen er alles aan doen voor goede traceerbaarheid en het ontzorgen van Groothandel en de elektrotechnische installateur”.

Het overgangsjaar van 1 juli 2016 naar 1 juli 2017
Per 1 juli dit jaar mogen CPR geclassificeerde kabels worden verkocht, in de komend periode mogen er dus wel CPR geclassificeerde kabels en niet-CPR kabels worden verkocht. Na 1 juli 2017 mogen alleen CPR geclassificeerde, met DoP en traceerbaar DoP nummer, worden verkocht. De niet-CPR geclassificeerde producten mogen dan ook niet meer worden verkocht. Edgar concludeert: “In het komende jaar zal er dus een heel nieuw product portfolio aan kabels in de markt komen; de zogenaamde halogeen vrije B2-kabels”. Elke fabrikant, importeur en groothandel zal haar klant ook afzonderlijk informeren over de impact van de CPR verandering op haar kabelproduct portfolio.

2016-09-07 Logos kabel

Meer informatie
Voor meer informatie over dit persbericht kunt u contact opnemen met het Fedet-secretariaat. Dit kan telefonisch op 088 400 84 16 of door een mail te sturen naar info@fedet.nl.

Algemeen nieuws