
De Fedet Marktmonitor biedt eens per maand waardevolle inzichten in marktontwikkelingen binnen de technische installatiebranche. Met actuele data en analyses helpt de Marktmonitor bedrijven trends te volgen en strategische beslissingen te nemen. Voor vragen betreffende/ deelname aan de Fedet Marktmonitor neem je contact op met FME Business Intelligence FedetBI@fme.nl. Uitsluitend deelnemers ontvangen de volledige rapportage.
Fedet Marktmonitor juni 2026
Als je alleen naar de inkoopmanagersindices (PMI) kijkt, lijkt er weinig aan de hand. De industrie draait goed. In Nederland staat de PMI op het hoogste niveau in bijna vier jaar, met stevige groei in productie en orders. Ook in de Verenigde Staten zet de industrie door. Bedrijven halen orders naar voren en bouwen voorraden op. Ze bereiden zich zichtbaar voor op mogelijke verstoringen in de toeleveringsketen. Toch vertelt dat beeld niet het hele verhaal.
De groei wordt namelijk niet alleen gedreven door een sterkere vraag, maar ook door voorzichtigheid. Klanten leggen veiligheidsvoorraden aan omdat ze onzeker zijn over leveringen. De spanningen in het Midden-Oosten en de druk op internationale logistieke ketens spelen daarbij een belangrijke rol. Leveringstijden lopen weer op en grondstoffen en energie worden duurder. Die hogere kosten werken steeds vaker door in de verkoopprijzen.
In Duitsland, een belangrijke graadmeter voor de Nederlandse industrie, is het beeld bovendien minder positief. De productie groeit nog licht, maar het herstel lijkt af te zwakken. Dat verschil tussen regio's laat zien dat de internationale markt minder stabiel is dan de eerste cijfers doen vermoeden. Die onzekerheid zie je ook terug in de investeringsplannen. Waar bedrijven vorig najaar nog uitgingen van groei, verwacht de Nederlandse industrie nu gemiddeld 3% minder te investeren in 2026. Vooral de metaalindustrie zet een stap terug na een periode van forse investeringen. Tegelijkertijd blijven andere sectoren, zoals chemie en raffinage, juist investeren.
Opvallend is dat bijna een vijfde van alle investeringen gericht is op verduurzaming en energiebesparing. Bedrijven blijven dus investeren, maar maken bewustere keuzes. Minder gericht op uitbreiding van de productiecapaciteit, meer op het versterken van de concurrentiepositie en het beheersen van kosten.
Ook aan de vraagzijde ontstaat een gemengd beeld. Het consumentenvertrouwen verbetert en de koopbereidheid neemt toe. Tegelijkertijd blijft de inflatie hoog, mede door de stijgende energieprijzen. Dat zet de koopkracht onder druk en maakt de ontwikkeling van de binnenlandse vraag minder voorspelbaar.
Voor bestuurders betekent dit dat groei alleen niet voldoende is als stuurinformatie. De vraag is niet alleen hoeveel orders er binnenkomen, maar ook waardoor die vraag ontstaat. Een deel van de huidige ordergroei is het gevolg van klanten die uit voorzorg extra inkopen. Dat is iets anders dan structurele groei.
Ook investeringen veranderen van karakter. Minder gericht op uitbreiden, meer op energie, efficiency en het beperken van risico's in de keten. Dat past bij een markt waarin de omstandigheden snel kunnen veranderen.
Misschien is dat wel de belangrijkste conclusie van deze maand. Niet de vraag óf de industrie groeit, maar hoe robuust je organisatie is als de markt omslaat. De cijfers zijn positief, maar vragen om een tweede blik. Want de industrie draait redelijk goed, alleen is dat geen garantie dat de wind gunstig blijft.







