Impact wijziging Bouwbesluit rondom kabels

In Nederland zijn voor kabels brandclassificaties voor verschillende situaties vastgelegd in de NEN 8012. Met de aanpassing van het Bouwbesluit, zullen in bepaalde situaties afwijkende classificaties worden voorgeschreven dan opgenomen in de NEN 8012. Hierdoor dreigen voor kabels essentiële aanvullende criteria in het Bouwbesluit te ontbreken.

In Europa is in 2017 het product kabel toegevoegd aan de Construction Product Regulation (CPR) en daarmee is de verplichting ontstaan kabels te classificeren op brandgedrag om ze in Europa op de markt te mogen brengen voor toepassing in gebouwen. Alleen met de juiste overeenkomstige CE-markering mogen kabels voor bouwwerken toegepast worden (met uitzondering van machinebekabeling, kabels voor liften, gasdruktoestellen en kabels met functiebehoud). De normcommissie heeft deze brandclassificaties vastgelegd in de NEN 8012:2015.

Volgens de regels van de Europese Unie moet elke lidstaat minimale eisen voor het brandgedrag van bouwproducten in de wetgeving opnemen. Tot op heden heeft onze overheid nog niet aan deze verplichting voldaan. Om hieraan te voldoen heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken een voorstel gedaan om het brandgedrag voor kabels op te nemen in het Bouwbesluit 2012. Over deze wijzigingen zijn Kamervragen gesteld waardoor de invoering vertraagd werd, maar na beantwoording door de minister is het voorstel alsnog aangenomen en voldoet Nederland aan de Europese regelgeving.

In Nederland zijn op dit moment brandclassificatie voor verschillende situaties in de NEN 8012:2015 vastgelegd. Met de aanpassing van het Bouwbesluit schrijft het bouwbesluit in bepaalde situaties afwijkende classificatie voor dan in de huidige NEN 8012:2015. Hierdoor is het noodzakelijk om de NEN 8012:2015 aan te passen. In de nieuwe NEN 8012 zullen daarom zowel de wettelijk bepalingen van het aangepaste bouwbesluit worden opgenomen en zal de huidige inhoud van de NEN 8012:2015 aangepast worden zodat deze aan de minimale eisen van het bouwbesluit voldoet.

Impact wijziging bouwbesluit
De prestatie-eis met betrekking tot het brand- en rookgedrag van kabels zal in het Bouwbesluit 2012 worden geïmplementeerd, door de aansturingstabel 2.66 uit te breiden en artikel 2.69a toe te voegen. Aan de tabel worden kolommen toegevoegd waarin de classificatie voor kabels per gebruiksfunctie wordt opgenomen. Hierin wordt onderscheid gemaakt naar extra beschermde vluchtwegen, beschermde vluchtwegen en overige ruimtes. Tevens zal onderscheid worden gemaakt of kabels geïnstalleerd zijn grenzend aan de binnenlucht of aan de buitenlucht. Dus per gebruiksfunctie ontstaan 6 verschillende classificaties.

Met de aangepaste regelgeving krijgen de hoofdklassen Dca, Cca of B2ca een aanvullende classificatie voor rook s1 of s2, zodat deze overeen komen met de classificatie van overige bouwmaterialen. De aanvullende klassen voor zuurgraad van de rookgassen en vallende brandende druppels worden nog niet meegenomen. Voor de NEN 8012:2015 houdt dit in dat de minimale rook-classificatie van Dca moet voldoen aan s2 in plaats van s3. Dit zijn voornamelijk situaties grenzend aan de binnenlucht en waar een eis geldt voor rook- en brandclassificaties. Daarnaast blijven er situaties geldig waar kabels met de rookklasse s3 nog steeds mogen worden toegepast.

Wanneer is deze aanpassing van kracht?
Inmiddels zijn door de minister de Kamervragen beantwoord en heeft de Kamer ingestemd met het wijzigingsvoorstel. De wijziging zal naar verwachting vanaf 1 januari 2020 geldig zijn. Deze aanpassingen zijn dan niet per direct verplicht, dit is geldend vanaf het moment waarop een aanvraag voor een bouwvergunning wordt ontvangen door het bevoegd gezag (zie hiervoor Bouwbesluit 2012, hoofdstuk 9, Overgangs- en slotbepalingen). Voor afgegeven bouwvergunningen is de datum van de afgifte van de bouwvergunning bepalend, voor bouwwerken in uitvoering geldt dit niet. Dit resulteert in een geleidelijke overgangsperiode. Dit wijkt af ten opzichte van de invoering CPR, waarbij een vastgelegde overgangsperiode van een jaar gold met een harde deadline.

De kabelfabrikanten verenigd binnen de Fedet sectie Kabel zijn inmiddels gestart met de werkzaamheden om waar nodig het portfolio aan te passen zodat de introductie vlekkeloos kan verlopen.

Bezwaren op het voorstel van Ministerie van Binnenlandse Zaken
Vanwege de Europese Unie verplichtingen heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken een deadline voor de invoering van de wijzigingen. Het voorliggende voorstel is gebaseerd op de uitkomsten van de Single Burning Item (SBI) test. Met deze test wordt een brand in een prullenbak gesimuleerd. De bekabelingsindustrie is verbaasd dat er voor de SBI testmethode is gekozen. Reden is dat de Europese fabrikanten, met subsidie van de Europese Unie en in samenwerking met notified bodies, al 20 jaar werkt aan een betere en nauwkeurigere specifieke brandtest voor het product kabel.

Specifiek aan de brandtest is
• dat een kabel een complexe samenstelling kent van brandbare kunststoffen (isolatie) en beschermende mantels, en ook
• dat een kabel van compartiment naar compartiment en van verdieping naar verdieping gaat en zo brand kan verspreiden.

In het voorliggende wijzigingsvoorstel wordt uitgegaan van bestaande classificatiecriteria voor overige bouwmaterialen. Dit betekent dat voor kabels essentiële aanvullende criteria zoals, zuurgraad van (giftige) rookgassen en brandende vallende delen in het Bouwbesluit dreigen te ontbreken. Dit is opmerkelijk omdat er in 2017 nog op Kamervragen, naar aanleiding van de Grenfell Tower ramp, is gemeld dat men juist in afwachting is van die “meer specifieke” test methoden. Eén van de Kamervragen over het wijzigingsvoorstel is dan ook: waarom deze aanvullende criteria niet zijn opgenomen? Overigens zullen deze aanvullende criteria zuurgraad van rookgassen en vallende brandende deeltjes alsnog via de nieuwe NEN 8012 gehandhaafd blijven voor het beperken van gevolgschade van brand en rook.

Een tweede aspect is dat voor woongebouwen, zorgcomplexen en seniorenwoningen, maar ook voor onderwijs en kinderopvang een lager veiligheidsniveau ontstaat ten opzichte van dierenverblijven. Voor dierenverblijven (lichte industrie voor bedrijfsmatig houden van dieren) wordt als hoofdklasse B2ca voorgeschreven, voor bovengenoemde gebruiksfuncties wordt in het conceptvoorstel als hoofdklasse minimaal Dca voorgeschreven. De NEN 8012 schrijft hier een hogere classificatie voor.

Dit is in een gesprek voorgelegd, waarop als antwoord werd gegeven dat in zorggebouwen in het algemeen een brandmeld- ontruimingsinstallatie en organisatie wettelijk verplicht zijn. Verder is brandklasse B2ca in zorggebouwen verplicht in de zogenaamde beschermde vluchtroutes, een lagere brandklasse is alleen toegestaan in de overige ruimten. De eisen in het Bouwbesluit 2012 zijn daarmee ook voor zorggebouwen op de betrokken risico’s afgestemd.

Fedet is zeer teleurgesteld in deze reactie, want de praktijk wijst helaas uit dat ontruiming van zorg en seniorencomplexen bij brand moeizamer verloopt, en pleit dan ook voor verhoging van de minimale brandveiligheidseisen in het Bouwbesluit.

Meer informatie
Neem voor meer informatie contact op met Marcel den Haan. Dit kan telefonisch op 088 400 84 16 of door een mail te sturen naar info@fedet.nl.

Algemeen nieuws