
De Fedet Marktmonitor biedt eens per maand waardevolle inzichten in marktontwikkelingen binnen de technische installatiebranche. Met actuele data en analyses helpt de Marktmonitor bedrijven trends te volgen en strategische beslissingen te nemen. Voor vragen betreffende/ deelname aan de Fedet Marktmonitor neem je contact op met FME Business Intelligence FedetBI@fme.nl. Uitsluitend deelnemers ontvangen de volledige rapportage.
Fedet Marktmonitor april 2026
De Nederlandse economie oogt op papier verrassend robuust. Met een groei van 1,8% in 2025 en opnieuw een plus in het eerste kwartaal van 2026 lijkt er weinig reden tot zorg. De arbeidsproductiviteit laat zelfs de sterkste stijging in twintig jaar zien, de werkloosheid blijft rond de 4% hangen en de consumptie groeit gestaag mee met het inkomen. Wie alleen naar deze cijfers kijkt, zou kunnen denken dat Nederland de geopolitieke onrust redelijk ongeschonden doorkomt. Maar onder dat ogenschijnlijk stabiele oppervlak schuurt het – en hard ook.
Op de achtergrond voltrekt zich namelijk wat het *FD* treffend omschrijft als een “ongeluk in slow motion” op de oliemarkt. De verstoringen door het conflict met Iran beginnen nu pas echt door te sijpelen in de reële economie. De laatste tankers met olie uit het Midden-Oosten zijn gelost; wat volgt is schaarste. En schaarste betekent prijsstijgingen, die zich als een olievlek verspreiden door vrijwel alle sectoren.
Neem de luchtvaart. Kerosineprijzen schieten omhoog en dwingen maatschappijen als KLM tot het schrappen van vluchten. Wat vandaag nog een strategische aanpassing lijkt, kan morgen uitgroeien tot een structureel probleem voor mobiliteit en toerisme. En hoewel Europese consumenten hun gedrag slechts langzaam aanpassen – vakanties worden nog steeds geboekt, zij het naar andere bestemmingen – is dat precies wat de marktanalisten vrezen: de vraag blijft te hoog, terwijl het aanbod structureel is gekrompen.
Die spanning zien we ook terug in andere sectoren. Transportbedrijven, draaiend op flinterdunne marges, worden geconfronteerd met dieselprijzen boven de €2,50 per liter. Hoewel zij kosten vaak kunnen doorberekenen, ontstaat er een liquiditeitsprobleem: de rekening komt nu, de compensatie pas later. Het is een klassieke voorbode van oplopende faillissementen, iets wat al voorzichtig zichtbaar wordt in de stijgende faillissementsgraad.
Tegelijkertijd laat de industrie een dubbel beeld zien. De inkoopmanagersindex (PMI) klimt weer boven de 50, wat wijst op groei, maar die groei wordt deels gedreven door het aanleggen van voorraden uit angst voor verdere verstoringen. Dat is geen gezonde expansie, maar een defensieve reflex. Bovendien stijgen de inputkosten naar het hoogste niveau in jaren, wat de marges verder onder druk zet en uiteindelijk doorwerkt in hogere prijzen voor consumenten. En daar wringt het. De Nederlandse economie drijft momenteel voor een belangrijk deel op consumptie, terwijl het consumentenvertrouwen al jaren negatief is. Huishoudens geven meer uit, maar doen dat met tegenzin, in een omgeving van onzekerheid en oplopende prijzen. Dat is geen solide fundament voor duurzame groei.
Wat we zien, is een economie die nog draait op momentum, terwijl de externe schokken zich opstapelen. De oliemarkt fungeert daarbij als een vertraagde schokdemper: de echte impact komt pas later, maar komt des te harder. De enige echte oplossing – vraagafname – is economisch pijnlijk en politiek onaantrekkelijk. Niemand wil immers degene zijn die “de broekriem moet aanhalen”. Daarmee lijkt de huidige situatie verdacht veel op stilte voor de storm. De cijfers van vandaag vertellen een geruststellend verhaal, maar de onderliggende dynamiek wijst een andere kant op.
De vraag is dan ook niet óf de klap komt, maar wanneer – en hoe hard die zal aankomen.







